Ga direct naar de inhoud

Tel: 03 808 37 05

De erfenis van de vrijdragende stoel

De vrijdragende stoel is een van de invloedrijkste stoelontwerpen van de moderne tijd. En anders dan bij zoveel archetypische meubels is de herkomst ervan heel duidelijk te bepalen: Mart Stam vond hem in 1926 uit. Een eeuw later is de vrijdragende stoel meer dan een stoel. Hij is het bewijs dat groot design ontstaat wanneer je stopt met denken in oude patronen.

Bovendien zorgde de eerste vrijdragende stoel voor een precedent op het gebied van auteursrecht, dat uiteindelijk zou uitmonden in een verrassende oplossing. Laten we ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum eens kijken naar het boeiende verhaal van het ontwerp dat we vandaag kennen als de Thonet S 33/S 34.

1. Zitten, wiegen, benen laten bungelen – op deze stoel zit je anders

Wat eruitzag als een onmogelijke opgave, werd een icoon. Toen de eerste vrijdragende stoel van stalen buis in 1926 werd ontworpen en een jaar later werd gepresenteerd als onderdeel van de Werkbund-tentoonstelling, was de scepsis groot: hoe zou een stoel zonder achterpoten het gewicht van een mens kunnen dragen?

Maar achter het schijnbaar zwevende ontwerp school een slim idee: het gerichte gebruik van de treksterkte van staal en een moedige breuk met alles wat meubeldesign tot dan toe had betekend.

De vrijdragende stoel heeft strikt genomen geen poten; in plaats daarvan is het frame vooraan gevormd tot een beugel. Het onderstel is naar achteren gebogen, waardoor de stoel een stevige stand krijgt en licht meeveert.

Het idee om een stoel zonder achterpoten te ontwerpen, is afkomstig van Mart Stam, die vanaf 1925 begon te experimenteren met gasleidingen – en waaruit het huidige oertype van de vrijdragende stoel S 33 voortkwam.

2. Een mijlpaal van de moderniteit ziet het levenslicht

Maar laten we bij het begin beginnen.

De Nederlandse architect Mart Stam geldt vandaag als een sleutelfiguur van de moderniteit. Net als Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe onderschreef ook hij de principes van het Bauhaus. Een van die principes: de democratisering van design. Ofwel de betaalbaarheid van goed design, bijvoorbeeld door massaproductie.

Wonen mocht niet duur zijn.

Waarschijnlijk begon hij daarom te experimenteren met gasleidingen voor zijn meubelontwerpen, een zeer goedkoop en makkelijk verkrijgbaar materiaal. Het resultaat was de stoel zonder achterpoten, die hij voorzag van twee stofpanelen voor zitting en rugleuning. Met dit archetype van de vrijdragende stoel slaagde Mart Stam erin het materiaal- en productieaandeel tot een minimum te beperken.

Je zou nu kunnen denken dat zo'n innovatief idee insloeg als een bom op de markt.

Dat was aanvankelijk echter niet zo.

Mart Stam was niet de eerste ontwerper die met stalen buis werkte. Ook Marcel Breuer hield zich tegelijkertijd bij het Bauhaus bezig met een meubelprogramma van stalen buis. Stams stoel zonder achterpoten inspireerde talloze tijdgenoten tot vergelijkbare ontwerpen.

Een verkoopsucces werd zijn vrijdragende stoel echter aanvankelijk niet. Het ontwerp was te zakelijk en de materiaalkeuze te radicaal. De meeste mensen wilden geen industrieel aandoende meubels thuis. In hun eigen woonwerelden van eikenhout – tussen jugendstil-dressoir en biedermeier-bank – kwamen ze hen te vreemd voor.

3. 's Werelds eerste auteursrechtstrijd om een meubelstuk

Het duurde een tijd voordat de klassieke vrijdragende stoel met modelnummer B 33, die we vandaag kennen als de Thonet S 33/S 34, zijn publiek vond.

Niettemin was Stam vanaf het begin overtuigd van zijn ontwerp en liet hij het auteursrechtelijk beschermen. Dat leidde op zijn beurt tot waarschijnlijk de eerste auteursrechtstrijd om een meubelstuk ooit.

Tegenover elkaar staan: Mart Stam en Marcel Breuer. Beiden hadden de rechten op hun stalen-buisstoelen overgedragen aan respectievelijk Anton Lorenz en het bedrijf Standard Möbel. Standard Möbel werd op zijn beurt overgenomen door Thonet.

In 1929 bracht Thonet de vrijdragende stoelen B 33 en B 34 uit en schreef ze toe aan Marcel Breuer. Ongelukkig genoeg waren deze twee stoelen formeel identiek aan Mart Stams ontwerp. Wat volgde was een rechtszaak tussen Lorenz en Thonet respectievelijk Breuer. Deze doorliep meerdere rechtsinstanties, voordat het Reichsgericht in Leipzig in 1932 in het voordeel van de eisers besliste.

Thonet mocht zijn stoel voortaan niet meer als ontwerp van Marcel Breuer verkopen.

Merkwaardig genoeg verkocht Anton Lorenz kort daarna zijn zojuist verworven rechten aan Thonet. Bovendien kende het Bundesgerichtshof in 1961 het auteursrecht op het ontwerp van de vrijdragende stoel toe aan Mart Stam. Dat betekent dat het ontwerp in Duitsland als werk van toegepaste kunst auteursrechtelijk beschermd is. Dat geldt overigens nog tot 2056. Precies 70 jaar na zijn overlijden.

4. De erfenis van de eerste vrijdragende stoel

Ondanks de aanvankelijke moeilijkheden, die waarschijnlijk te wijten waren aan de smaak van die tijd, en de juridische geschillen, geldt de vrijdragende stoel van Mart Stam vandaag als het archetype van dit stoeltype.

Tegenwoordig zijn vrijdragende stoelen erg populair. Ook omdat ze zeer comfortabel zijn. De gecontroleerde veerkracht van goed ontworpen uitkragingen zorgt voor een aanpassend comfort waar starre stoelen niet aan kunnen tippen.

Het principe van vrijdragende stoelen, die niet meer op vier poten rusten, vind je tegenwoordig telkens weer terug. Een hele reeks iconische ontwerpen is gebaseerd op het veerkrachtige effect van de stoelconstructie – zoals bijvoorbeeld de MR-stoel van Mies van der Rohe, Gerrit Rietvelds Zig Zag-stoel en natuurlijk de Panton Chair.

5. Een sterke stof bij het 100-jarig jubileum van de vrijdragende stoel

Thonet viert 100 jaar vrijdragende stoel met de nieuwe variant S 33 V/S 34 V. De soft-variant is een textiele terugblik op de begindagen in de jaren 20. De vroege zitmeubels van stalen buis waren vaak bekleed met de zogenaamde ijzergarenstof. In werkelijkheid bevatte de stof echter geen ijzer. De naam verwijst naar de stevigheid van het textiel.

Bij het 100-jarig jubileum van de stoelen van Mart Stam grijpt Thonet terug op de textiele bekleding als alternatief voor het klassieke kernleer. In de soft-variant van Stams vrijdragende stoel komen de helderheid en constructieve logica van het oorspronkelijke idee samen met de vreugde om kleur en textiel die de jaren 20 al kenmerkte.

Nu vertellen deze stoelen een vertrouwd verhaal opnieuw – en laten ze zien dat zelfs iconen veranderlijk blijven. De helder gedefinieerde proporties van de kubische stoel ogen in de zachte nuances van de stofbekleding bijna vrouwelijk – tastbaar en absoluut huiselijk.

De Thonet S 33 V-stoel en de Thonet S 34 V, het model met armleuningen, onderscheiden zich door een gezellige uitstraling en nog meer comfort. Beide zijn ideaal als stoel aan je eettafel, aan het bureau of als stoel in de slaap- of logeerkamer.

En de vrijdragende stoel bewijst: zo'n 100 jaar oude klassieker weet je nog altijd opnieuw te betoveren.

6. Wat de geschiedenis van de vrijdragende stoel ons leert

En wat leren we hieruit? Ware innovatie vraagt om moed – en heeft een onschatbare waarde. Mart Stam heeft niet zomaar een meubel gebouwd; door vasthoudend te experimenteren met schijnbaar ongeschikte materialen, verbrijzelde hij een eeuwenoud denkpatroon. Dat dit radicale ontwerp vandaag een icoon is, hebben we te danken aan zijn pioniersgeest. Hij heeft een compleet nieuwe designtaal gecreëerd, die generaties ontwerpers tot op vandaag inspireert.

Tegelijkertijd laat de geschiedenis zien dat een geniaal idee onderhoud nodig heeft. Een icoon blijft alleen levend als je het behoedzaam blijft doordenken.

Precies dat doet Thonet.

Met nieuwe materialen, eigentijdse kleuren en texturen wordt de erfenis van Mart Stam niet zomaar beheerd, maar in de geest van de uitvinder naar het heden gebracht.

De geschiedenis leert ons dus: groot design overleeft de tijd – mits je de passie en de middelen investeert om er steeds opnieuw verliefd op te worden.

Vorig bericht Volgende bericht