{"title":"Egon Eiermann","description":"\u003ch2\u003eEgon Eiermann: opleiding en eerste jaren als architect\u003c\/h2\u003e\n\u003cp\u003eEgon Eiermann werd geboren in 1904 in Neuendorf bij Berlijn. Van 1923 tot 1927 studeerde hij architectuur bij Hans Poelzig aan de Technische Hochschule Berlin-Charlottenburg.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eNa zijn afstuderen werkte Eiermann in Hamburg als architect bij het bouwbedrijf van Karstadt AG, daarna een jaar bij BEWAG (Berliner Elektrizitätswerke AG) in Berlijn. Van 1931 tot 1945 werkte hij in Berlijn als zelfstandig architect. Na de oorlog verhuisde Egon Eiermann met zijn kantoor eerst naar Mosbach in Odenwald, vormde van 1946 tot 1965 een kantoorgemeenschap met architect Robert Hilgers en verhuisde met het kantoor naar Karlsruhe.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eIn 1947 kreeg Egon Eiermann een aanstelling als professor architectuur aan de Technische Hochschule in Karlsruhe.\u003c\/p\u003e\n\u003ch2\u003eEen van de belangrijkste architecten van de Duitse naoorlogse periode\u003c\/h2\u003e\n\u003cp\u003eEgon Eiermann is een van de belangrijkste Duitse architecten van de naoorlogse periode. Reeds in de jaren 30 bouwde hij industriële en woongebouwen, in de jaren 50 de fabriek voor de zakdoekweverij Blumberg (1949–51), de Matthäuskerk in Pforzheim (1953) en talrijke administratieve gebouwen.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eSamen met Sep Ruf ontwierp Eiermann in 1958 het Duitse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Brussel. Eiermann verwierf bijzondere bekendheid door de wederopbouw van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche in Berlijn (1961–63). Andere belangrijke gebouwen uit zijn omvangrijke oeuvre zijn de Duitse ambassade in Washington (1964), het voormalige parlementsgebouw in Bonn (1969), het IBM-hoofdkantoor in Stuttgart en de Olivetti-tweelingtorens in Frankfurt am Main.\u003c\/p\u003e\n\u003ch2\u003eEgon Eiermann als meubel- en productontwerper\u003c\/h2\u003e\n\u003cp\u003eAls ontwerper viel Eiermann op met zijn \"Korbsessel E 10\" (1954) van naturel gelakt rotan, dat sinds 1956 onder modelbescherming staat. Het prototype had hij in 1948 in Karlsruhe ontwikkeld voor de tentoonstelling \"Hoe wonen?\".\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eZeer populair werd ook zijn klapstoel \"SE 18\" (1952) voor Wilde \u0026amp; Spieth, Esslingen, die een onderscheiding kreeg van het Museum of Modern Art in New York en op de Triënnale van Milaan in 1954 de zilveren medaille won. De klapstoel werd later vaak gevarieerd.\u003c\/p\u003e\n\u003cp\u003eTecnolumen had Eiermanns \"Deckenstrahler\" in zijn assortiment, die hij in 1958 voor de Wereldtentoonstelling in Brussel had ontworpen.\u003c\/p\u003e\n\u003ch2\u003eFormele strengheid en veelzijdig design\u003c\/h2\u003e\n\u003cp\u003eDaarnaast ontwierp Eiermann glazen, paravents, bijzettafels en ook decors en kostuums. Als vertegenwoordiger van een formele strengheid was Eiermann medeoprichter van de Raad voor Vormgeving.\u003c\/p\u003e","products":[],"url":"https:\/\/www.connox.be\/collections\/egon-eiermann.oembed","provider":"Connox","version":"1.0","type":"link"}